Busleven testmaand

18 oktober 2015 / Reportages

Augustus 2015. Een week na la Route des Grandes Alpes liet ik weten dat living the dream 3.0 aanstaande was: leven in een bus. Het plan ontstond in alle stilte tijdens de voorbereiding op de monstertocht. Toen ik in april in Oostenrijk was, en op de Kühtai in de camera vertelde waarom ik zo graag klim en daal, viel het kwartje bij mij. Ineens wist ik het. De natuur, de stilte, het uitzicht, het asfalt, de zon, de bevolkingsdichtheid, de attitude van de mensen; alles bevalt me beter in de bergen. Ik vroeg mezelf: “Waarom woon ik in Nederland als ik mezelf tussen de pieken veel leuker vind?” Een antwoord hoefde ik niet te geven. Dat ik me die vraag stelde, was voor mij antwoord genoeg. 

 

 

WARRIG

De maanden na la Route des Grandes Alpes vielen me zwaar. Niet alleen vanwege de – door de drastisch verminderde zadeluren – in vogelvlucht aangekomen kilo’s. Mijn energie was op. Mijn emmer was leeg. Mijn zin was foetsie. Door la Route des Grandes Alpes te rijden had ik mijn ultieme droom geleefd, en mezelf fysiek en mentaal volledig uitgewrongen. M’n lijf trilde op z’n grondvesten. Tegelijkertijd was ik zo geconcentreerd geweest dat dichtheid een nieuwe dimensie had gekregen. Zeven maanden lang leefde ik in de wetenschap dat ik me aan een onmenselijke missie over 650 kilometer en 14 Alpenbergen zou wagen. Zeven maanden lang leefde ik in focus optima forma. Ik stond strak van adrenaline. Toen die spanning na de voorbereidingsperiode en ruim 35 uur op de pedalen plotseling verdween, was ik in de war.

 

Als vanzelfsprekend gooide ik mezelf bij thuiskomst direct in mijn volgende droom: leven in de bergen. Leven in een bus. Binnen enkele weken na de meest indrukwekkende dagen van mijn bestaan, had ik m’n inboedel verkocht, een bus gekocht en een bed in de laadruimte getimmerd. Nog geen etmaal later was ik vertrokken. Niet alleen omdat alles me op het dak van de wereld beter bevalt. Ik moest weg. Ik moest ontladen. Na zo’n lange tijd van superfocus was ik toe aan maximale ontspanning. Ik wilde even geen prikkels ontvangen. Nul. Ik wilde in het niets zijn om bij te komen van een onvergetelijk avontuur waarvan ik mezelf door de spanning, focus en flow nauwelijks beelden herinnerde. Ik wilde bevatten wat ik eigenbenig gedaan had.

 

Om dat besef te krijgen, stelde ik mezelf vragen. Zoals gebruikelijk was ‘waarom?’ mijn favoriete. Alles wat ik deed en voelde moest eraan geloven: mijn busleven, mijn hunkering naar vrijheid, mijn reislustige gedrag, mijn verwardheid, mijn verlangen naar uitdaging, etc. Ik zocht antwoorden. In feite had het onmenselijke van la Route des Grandes Alpes op allerlei vlakken zoveel impact op me, dat alles om me heen in een ander perspectief was komen te staan. En ik wilde achterhalen welk perspectief. Na busnacht #1 schoot ik de vlog ‘Ik ben weg’. In de video zie ik hoe warrig ik was. Enkele dagen later volgden er antwoorden met het verhaal ‘Angst’. Geschreven op een sensationele ochtend aan de Noordwest-Franse kust nabij Cap Fréhel. Stukje bij beetje hervond ik mezelf.

 

 

Angst

“Ik ben niet bang om los te laten, maar wel om nieuwe stappen te maken”, zei ik zo’n 10 jaar geleden naast mijn vader in de wagen. Het was de periode na de scheiding van mijn ouders. Ik woonde bij mijn moeder en thuis was het hommeles (lees: ik ging als tiener totaal kapot aan de situatie). Ik stond op het punt om een keuze te maken die mijn leven nog verder op z’n kop zou zetten. Niet omdat ik uitkeek naar iets nieuws, integendeel, maar omdat ik smachtte naar wat anders dan het oude. Daarom verhuisde ik gedurende de middelbare school van mijn moeder in Tilburg naar mijn vader in Breda. Hoop op beter overwon mijn angst voor het nieuwe.

 

Nu nog weet ik exact hoe huiveringwekkend die angst voelde. Dat komt omdat ik die angst nu ook voel. Toen ik begin deze week voor het eerst in m’n leven alleen in mijn bus in het wild sliep, voelde ik me als het jochie dat een decennium terug de spoorwegen noodgedwongen eigenhandig ontdekte om dagelijks op en neer naar zijn lessen te pendelen. Met zweet op mijn voorhoofd liep ik de stationshal binnen. Het huilen stond me nader dan het lachen. Ik had mezelf in het diepe gegooid. Zonder voorkennis ging ik op zoek naar een oplossing. Het lukte me. Het lukte me ondanks mijn angst om nieuwe stappen te maken. Het lukte me ondanks mijn angst om niet aan verwachtingen te voldoen en om niet gewaardeerd te worden. Begin deze week parkeerde ik mijn bus na zonsondergang in niemandsland. Ik had dezelfde kriebel in mijn buik, en het lukte me weer.

 

Maar in de loop der jaren heeft die kriebel een andere betekenis gekregen. Angst maakt me niet meer bang. Angst is mijn vriend geworden. Door angst verleg ik grenzen en ben ik tot dingen in staat die mijn eigen pet te boven gaan. Angst is niet eng. Angst houdt me scherp. Angst geeft me focus en flow. Angst is geen gevolg van een uitdaging. Angst is de uitdaging.

 

Hoewel de kriebel immer te maken heeft met het maken van nieuwe stappen, is zelden nog sprake van angst om niet aan verwachtingen te voldoen en niet gewaardeerd te worden. Momenteel is angst de strijd tussen mijn logische twijfel over de haalbaarheid van een doelstelling en mijn intuïtieve overtuiging over de haalbaarheid van een doelstelling. Wat wil dat zeggen? Ik voel dat ik alles kan wat ik wil, maar mijn verstand komt altijd met redenen waardoor ik er niet toe in staat zou zijn. Mijn angst anno nu is het spanningsveld tussen een ideaal, of droom, en de realiteit. Ik hou ervan om die angst te overwinnen. De kriebel in mijn buik triggert me om vol overgave voor mijn idealen te gaan. Zo is hommeles homeless geworden.

 

Busleven testmaand

Lijn

Busleven testmaand

Lijn

Busleven testmaand

Lijn

Busleven testmaand

  “Angst is geen gevolg van een uitdaging.

Angst is de uitdaging.” 

Upgrades

Gaandeweg mijn reis kwam ik erachter hoe ik het kan. Hoe ik in een bus kan leven. Waarom ik het volhoud zonder luxe. Waarom materiaal me niets interesseert. Ik vind het zo fijn om ‘in flow zijn’ dat ik mijn leven indeel om altijd in die staat te zijn. Daardoor ben ik niet meer bezig met ‘spullen hebben’. Toch doen sommige spullen me wel iets. Ik voel me goed als ik kan eten, drinken, rusten, schrijven en fietsen. En als ik me kan wassen en privacy heb. Materiaal dat me erbij helpt om me goed te voelen, heb ik graag. Daarom had ik in mijn bus – naast mijn bed – een gevulde watertank, een kookstel, voedsel, een laptop, een pen, papier, een fiets, een douchezak, wat kleding en geblindeerde ramen. Niet meer, niet minder. Tijdens mijn busleven testmaand bleek wat meer wel handig om maximaal in flow te zijn.

 

UPGRADE: DAKLUIK

Iedere ochtend werd ik wakker met druppels aan het dak. Mijn ademhaling zorgde voor zoveel condens dat er sprake was van wolkvorming in de cabine. De achterramen van de bus kenden geen kiepstand, en ik vond het te tricky om de ramen voor ’s-nachts open te laten staan. Daarom koos ik voor regen in huis. En beslagen ruiten. Toen ik met een paraplu achter mijn gasstel zat omdat hetzelfde fenomeen zich herhaalde door het kookvocht, wist ik genoeg. Ik wilde een dakluik.

 

UPGRADE: PLAFOND

Het dak van mijn bus was enkelwandig. Het dak van mijn bus was een enkele ijzeren plaat. Ik had vlug door dat die constructie niet bevorderend was voor de isolatie van warmte. Meerdere keren ontwaakte ik in het holst van de nacht in de overtuiging dat het binnen kouder was dan buiten. Maar daar kon ik me op kleden. Waar mijn frivole thermopak niets tegen kon doen, was neerslag. Het weer ging soms zo tekeer op m’n dak dat ik bij elke regendruppel dacht dat mijn wagen met een baksteen bekogeld werd. Eenmaal buiten om polshoogte te nemen, bleek het te miezeren. Vanaf dat moment had ik geluidsdemping nodig.

 

UPGRADE: EXTRA ACCU + INTERNET IN HET BUITENLAND

Ook in augustus schreef ik verhalen over mijn vraagstukken, schoot ik platen van m’n slaapplaatsen en liet ik met video’s zien hoe ik eraan toe was. Bij mij ging dat vanzelf. Bij mijn apparaten niet. Volgens mij heb ik van elke McDonalds in Frankrijk gebruik gemaakt om mijn telefoon, laptop en camera’s aan de netstroom te slingeren en m’n updates online te zetten. Op een gegeven moment zat ik zoveel tussen de hamburgers dat ik ernaar begon te ruiken. Dat wilde ik nooit meer.

 

UPGRADE: GORDIJNEN

Met geblindeerde ramen kon niemand zien wat ik in mijn stulpje uitspookte. Ik waste mezelf met een teiltje warm water, sliep op een overvolle parkeerplaats en bereidde wereldgerechten voor zonder dat anderen daar – bij gebrek aan een dakluik – lucht van kregen. Toch werd ik er enorm moe van dat ik wel naar buiten kon kijken. Geregeld wilde ik gewoon even met mezelf zijn, alleen. Zelfs in de nacht had ik geen privacy. Door de koplampen van medeweggebruikers werd ik letterlijk uit bed gelicht. Gordijnen moesten uitkomst bieden.

 

Op zoek naar mezelf, privacy en de zon reed ik door naar de Pyreneeën. Ik parkeerde de vierwieler op de Col du Soulor. Daar kwam ik tot rust. Daar genoot ik van de natuur, de stilte, het uitzicht, het asfalt, de zon, de bevolkingsdichtheid en de attitude van de mensen. Daar was alles goed. Daar genoot ik van living the dream 3.0. Daar schoot ik Gespleten asfalt Cribs.

 

 

Busleven testmaand

Lijn

Busleven testmaand

Lijn

Busleven testmaand

Lijn

Busleven testmaand

 

Ik voelde me fijn in de Pyreneeën. Bergen voelden altijd al als de plek waar alles klopte, als thuis. Deze keer weer. Toch was ik ook daar nog wat beduusd. Mijn upgrades had ik sneller op papier dan mijn antwoorden op alle vragen ‘waarom?’ Waarom naar de bergen wist ik. Maar waarom nu? Waarom via Bretagne? Waarom niet direct? Ik besefte me dat ik voor deze bestemming koos op het moment dat ik voelde dat ik hierheen wilde. Ik genoot. Het was eens te meer een bevestiging dat ik kon kiezen voor mijn onnavolgbare intuïtie. Zo had ik ook ooit gekozen om la Route des Grandes Alpes non-stop te fietsen. De mogelijkheid om te kiezen maakte mij mijn geluk. Die eyeopener beschreef ik in het verhaal ‘Prins’. Daarna kachelde ik terug naar Nederland om me vol overtuiging te prepareren op een busleven voor onbepaalde tijd.

 

Prins

Ik heb gezocht naar de ware. Ik heb gezocht naar die ene persoon die de lucht elke dag als regenbogen doet kleuren. Ik heb gezocht naar de mens die mijn schaduw kan verlichten. Ik heb naar dat gezocht wat moet voelen als bovenaards, als hemels. Ik heb naar dat gezocht wat de definitie van geluk moet zijn. Maar ik heb de ander niet gevonden.

 

Ik heb de ander die me aan dat ideaal kan helpen niet gevonden. Ik heb de ander die me die illusie kan ontnemen door het te bevestigen niet gevonden. De prinses op het witte paard ken ik van tekenfilms, maar niet van een dronken avond in de kroeg. Vlinders vlogen regelmatig voorbij, maar hielden het logischerwijs geen mensenleven vol. De ware is een fabel, een sprookje, een marketingtruc, een oasische fantasie die telkens verdwijnt als je ‘m denkt te hebben, dacht ik.

 

Dacht ik, want ik heb de ware gevonden. Na decennia zoeken naar die ene persoon die de lucht elke dag als regenbogen doet kleuren, die mijn schaduw kan verlichten, naar dat bovenaards hemelse gevoel, weet ik dat het bestaat. De ware bestaat. Ik zocht gewoon op de verkeerde plek. Ik keek naar buiten, maar het zit van binnen. Het is de persoon die ik juist uit het oog verlies tijdens een dronken avond in de kroeg. Het is ik. Ik ben het. De ander, dat ben ik.

 

Ik kan vlinders laten vliegen die onsterfelijk zijn. Ik kan van mijn oasische fantasie werkelijkheid maken. Ik ben mijn geluk. Ik ben mijn prinses op het witte paard. Nou, vooruit, prins op de zwarte fiets. *schreef hij met een grijns en de ochtendzon op z’n gezicht*