Mijn ‘Ga met me mee’ zomer

21 november 2016 / Reportages

Toen ik een huis op vier wielen kocht, had ik maar één droom: als een wielernomade in de bergen leven. Die droom ging niet direct in vervulling. De periode van juli 2015 tot en met april 2016 stond in het teken van bezinning en berusting. Met de laatste punt van mijn boek Flirten met het mens zijn zette ik daar een punt achter en kon m’n beoogde busleven beginnen. De zomer die volgde werd mijn ‘Ga met me mee’ zomer.

 

Nog nooit voelde ik me zo vrij. Nog nooit beleefde ik mijn dagen zo intens. Nog nooit wilde ik anderen zo graag laten voelen wat ik voelde. Daarom besloot ik me niet te beperken tot het delen van mijn ervaringen als busbewoner via verhalen, foto’s en video’s. Ik nodigde m’n volgers uit voor een week als gast-nomade. Dat deed ik met het verhaal ‘Voorgelogen’.

 

Voordat ik de uitnodiging online publiceerde, had wielernomade Eric zich al lang en breed uitgeleefd. Ik fietste de cyclosportieve Maraton Franja in Slovenië en nam deel aan de Kaunertaler Gletscherkaiser in Oostenrijk. Tussendoor pedaleerde ik vol goesting over de daken van Europa. De roes was ongekend.

 

ROES

Stel je voor dat fietsen zo onbevattelijk fijn is, omdat de monotone beweging je in een gedachteloze roes brengt. Dat de roes ontstaat omdat je je verstand op nul zet en je kop leeg trapt. Omdat je niet denkt. Stel je voor dat het bezwete lichaam dat je na afloop in de spiegel ziet niet is wie je bent, maar dat de echte jij die roes is. Dat het hemelse gevoel in je lijf verankerd zit en je het kan ervaren door de juiste focus. Een focus die op de fiets juist is. Stel je voor dat je van jongs af aan hebt leren focussen op het verkeerde, op iets waar je die roes niet van krijgt, op iets waar je jezelf niet door bent, op gisteren en morgen, op beredeneren, en dat je tegenslagen ondergaat omdat jouw roes gehoord wil worden. Dat struggles blijven komen totdat je jezelf eraan overgeeft. Dat het vervolgens ineens mogelijk blijkt om de roes niet alleen te fiets te ervaren, maar altijd.

 

Stel je voor dat de roes – jij – een lichaam draagt dat je ‘ik’ noemt, terwijl jij dat dus eigenlijk niet bent. Stel je voor dat iedereen zo’n roes is, dat elke roes met elkaar verbonden is, dat er eigenlijk maar één roes is, ook al zie je ieder mens als afzonderlijk. Dat ik dus ben wie jij bent, jij bent wie ik ben, en wij allemaal één zijn. Stel je voor dat dit onvoorstelbaar is met de logica van je hoofd, maar dat je het ontegenzeggelijk begrijpt zodra je het ervaart. Dat de roes met je verstand niet te snappen is en dat je er daarom enkel op kan vertrouwen. Stel je voor dat alles vanzelf gaat zodra je stopt met beredeneren, forceren, en start er onvoorwaardelijk op te vertrouwen.

 

Stel je voor dat iedereen in staat is z’n roes te zijn, ook zonder fiets. Stel je een wereld voor waarin iedereen leeft vanuit de eenheid van de roes. Stel je voor… Stel je voor dat je jezelf niets van deze tekst hoeft voor te stellen, omdat het zo is.

 

 

MARATON FRANJA

HOLY MOLY. Tantoe. God miljaar! Wat was dit vet. Vijf weken geleden stapte ik op mijn fiets nadat ik ‘m een half jaar lang onder het stof had laten staan. Sinds Limburgs Mooiste op 21 mei glanst m’n rollende maat weer. Ik stond toen na 120 kilometer heuvels wel op het punt om mijn moeder huilend op te bellen, maar aan het eind van de dag had ik m’n tweewieler in 9 uur tijd toch proper getrapt. Gisteren mocht de wonderschone Tarmac eindelijk uitblinken. Maraton Franja telde 156 kilometer en twee bergen van categorie ‘primadeluxe’. Glansrijk volbrachten we de koers.

 

Ruim duizend jonge honden wachtten hongerig op het startschot in de Sloveense hoofdstad Ljubljana. Ook ik had trek, op m’n Specialized. Toen de weg na 15 kilometer werd vrijgegeven, ging het asfalt erin als koek. Het eerste uur raasde voorbij met een gemiddelde van tegen de vijftig. Daar moest ik zelf ook om lachen. En toen kwam helling nummer één. Tengere mannen uit de streek lieten het voltallige peloton naar adem happen. Mijn hartslag ging als de kop van Jut naar maximaal. Toch schoof ik op. Ik reed bij de eerste vijftig. Plotseling bevond ik me op de voorste linie. De ‘all-out’-trainingen die ik reed in aanloop naar la Route des Grandes Alpes flitsten door m’n hoofd. Na vier minuten met een hartslag van boven de 180 zat ik destijds met Darth Vader-achtig gehijg achterstevoren op m’n rijtuig. Tegenwoordig hou ik het tientallen minuten vol. Bizar.

 

De afdaling en waterpasse stroken richting obstakel twee leverden geen problemen op. Toen de route na een kilometer of 90 ineens flirtte met een stijgingspercentage van 10% was daarentegen alle hens aan dek. De Slovenen deden hun naam eer aan door zich uit te sloven en begonnen als ware kamikazepiloten aan hun vlucht naar boven. Ik merkte een gebrek aan zadeluren en een overschot aan chocoladerepen en paste voor de eerste groep. In superfocus gooide ik een reddingsboei uit en peddelde ik in eigen tempo naar de top. Daar stortte ik me als een baksteen het dal in.

 

Dalen is mijn favoriete bezigheid. Dat is geen geheim. Geef mij een weg naar beneden en ik ben een kamikazepiloot vol levenslust en totale controle. Deze keer was niet anders. Ik vloog van de uiterste centimeter nabij de rechterberm naar de rotsen links van het wegdek en terug naar de uiterste centimeter nabij rechterberm. Met kreten van een cowboy – hiii-haaa – omdat dit m’n eerste keer was op een afgesloten parcours. Andere coureurs kropen in m’n wiel en met 50 kilometer op de teller vormden we een groep van 50 mannen wiens magen niet meer knorden, maar tolden. In sneltreinvaart stoomden we naar het eindstation. Na drie kwartier als één van de machinisten sloop er kramp in m’n poten en nestelde ik me in de buik van het pak.

 

Met 10 kilometer voor de boeg tikte ik een Guarana-stick achterover (een shotje met o.a. menthol waardoor luchtwegen die aanvoelen als rietjes veranderen in tunnels, bedankt Duursport.nl). Fast Forward snelde ik naar voren om me in het sprintgeweld te mengen. Om positie te nemen deelde ik een semi-professioneel kwakje uit op de laatste rotonde en vervolgens gaf ik alles in een in m’n verbeelding machtige spurt. Maar de snit was eraf. Met mijn halfbakken explosiviteit leek ik eerder op een zappelin dan een kruisraket. Het lukte me daarom niet op te schuiven in de laatste meters. Deed er ook niet toe. Ik was binnen na iets meer dan vier uur en zielsgelukkig van flow. Toen ik vorig jaar in m’n bus stapte, had ik dit voor ogen. Nu is het zover. Koersen over bergen. Volgende week: klimtijdrit Kaunertaler Gletscherkaiser.

 

BERGEN VERZETTEN

De Kaunertaler Gletscherkaiser werd een heroïsch koude tocht naar boven, maar stelde niets voor vergeleken met mijn gedaantewisseling tot ijspegel enkele dagen daarvoor. Ik wilde elke berg verzetten, ook de onfietsbare. Zo kwam ik terecht op een plek waar ik één van de meest onvergetelijke nachten van m’n nog maar prille bestaan doorbracht. Zo een die je normaal alleen in films ziet. Daarom maakte ik er een video van.

 

 

 

VOORGELOGEN

Ik ben voorgelogen. Ik ben voorgelogen door alles en iedereen. Ik ben voorgelogen door leraren die benadrukten hoe belangrijk goede punten waren. Ik ben voorgelogen door professoren die me onderzoeksresultaten voorschotelden met het argument dat cijfers de waarheid vertellen. Ik ben voorgelogen door reclames, omdat ze insinueren dat de wereld draait om het manipuleren van anderen ten faveure van aandacht en inkomsten. Ik ben voorgelogen door m’n vader die me elke zondag meenam naar de kerk. Ik ben voorgelogen door m’n moeder en ex-stiefvader die mijn mond hardhandig snoerden zodra ik m’n gevoel uitsprak.

 

Alles en iedereen heeft me voorgelogen. Want alles en iedereen heeft mij geleerd dat het leven draait om iets externs. Het enige wat mij is wijsgemaakt, is het belang van de mening van anderen. Altijd moest ik aan iets buiten mezelf voldoen. En als ik daar daadwerkelijk aan zou voldoen, dan was dat een garantie voor geluk. Op school, op de universiteit, in de media, in de kerk en bij m’n ouders: overal was ’t hetzelfde liedje. Iedereen dacht me ‘de waarheid’ mee te geven, maar ze bezorgden me enkel pijn, verwarring en verdriet. Ik neem niemand kwalijk dat er is gebeurd wat er is gebeurd. In plaats daarvan bedank ik ze liever. Ik had het nodig om te weten wat ik weet.

 

Leven heeft niets te maken met een carrière, met het gedrag van de significante meerderheid, met het overtuigen van anderen, met het aanbidden van iets dat elders is en – daardoor – het onderdrukken van het gevoel. Leven gaat juist om het GEVOEL. LEVEN gaat om MIJN gevoel. Geluk IS mijn gevoel. Geluk zit IN MIJ. LIEFDE komt van BINNEN. Door te voelen sta ik IN CONTACT met ALLES om me heen. Zo ben ik SAMEN. Ik ben er immens DANKBAAR voor dat te mogen ervaren. Alles en iedereen, was het echt zo moeilijk om me van dat inzicht te voorzien? Wist echt niemand dat de sleutel van het leven intern zit? Zat echt iedereen muurvast in het door leraren, professoren, media en ouders aangeleerde patroon? Kon echt niemand mij op de weg naar m’n hart zetten?

 

Ik ben een nuchtere Brabantse jongen met ijzeren benen en een vuur dat met geen mogelijkheid te doven is. Mijn vuur blust water. Dat maakt me niet heilig. Ik quote rapper Typhoon in z’n nummer Contact: “Ik weet heus niet hoe alles in elkaar zit, maar ik voel snel of iets wel of niet waar is.” Voelen. Zo simpel is het. Ik heb mezelf eigenhandig ontdaan van alle sores die de afgelopen 27 jaar in me is gestopt en wil met al m’n wilskracht dat het mijn medemens makkelijker vergaat. Ik verzette er veertien bergen voor. Want alles en iedereen kan voelen leren en leren op voelen te vertrouwen. Leven is doodeenvoudig… en gebeurt zodra alles in je schreeuwt dat je het wilt.

 

Momenteel help ik door je een week mee te nemen in m’n bus. Later vandaag ontmoet ik Sophie op het vliegveld van Innsbruck. Samen met de vooralsnog onbekende dame breng ik de komende zeven dagen door. Samen is briljant. Samen is flow². De laatste week van juli en de eerste week van augustus ben ik nog alleen. Mocht je op dit moment voelen dat dit het voor jou is, check dan de ‘Ga met me mee’ pagina op Gespleten asfalt en mail me. Daar vind je tevens de ervaringen van eerdere reisgenoten Robbert en Tim. Uiteraard mag je dit bericht ook taggen en delen. Weg met de leugens. Nu is het. Ik ben er. Wij zijn er.

 

 

TIJD

Tijd bepaalde mijn leven. Vanaf het moment dat ik als kleine Eric dagelijks naar school werd gestuurd, wist ik niet beter dan dat een week was opgebouwd uit doordeweekse dagen en weekenddagen. Hoewel de zon elke morgen ogenschijnlijk hetzelfde begon met schijnen, bleek het daglicht de ene keer iets anders te betekenen dan de andere. Ik wist exact wat een etmaal me zou brengen voordat ik uit bed stapte. Ik had een vaste tijd voor mijn ontbijt, een vaste tijd voor mijn reis naar school, een vaste tijd voor mijn lessen, een vaste tijd voor mijn fruitpauze, een vaste tijd voor mijn lunchpauze, een vaste tijd voor mijn diner, een vaste tijd voor het journaal en een door alle vaste tijden vaste bedtijd. Ik stond daar destijds nooit bij stil. Ik deed het gewoon. Ik keek telkens naar de klok, omdat het ‘gewoon’ was. Maar niets van die gewoonte was natuurlijk. Niets van dat schematische leven kwam voort uit mijn eigen drive.

 

Ik sta perplex van mijn woordenschat. Regelmatig typ ik lettercombinaties waarvan ik niet weet dat ik ze wist. Soms verschijnt er zelfs een term op m’n scherm waarvan ik niet weet dat hij bestaat. Ik moet dan op onderzoek om te achterhalen of de betekenis van het woord wel overeenkomt met mijn intuïtieve ingeving. In de regel bevestigt het woordenboek m’n onverklaarbare vermoeden. Ik lach dan, want het geeft me de dankbare mogelijkheid situaties en gevoelens buitengewoon nauwkeurig zwart op wit te krijgen. Toch kan ik de beleving van leven zonder tijd onmogelijk met verhalen overbrengen.

 

Elke minuut van elke dag vertelt het moment me hoe ik die minuut op die dag invul. Er zijn geen afspraken, er bestaat geen ‘op tijd zijn’ en ‘te laat komen’, namen van dagen doen er niet toe en een horloge dragen is volstrekt zinloos. Het wordt licht als het licht wordt en het wordt donker als het donker wordt. Elke dag opnieuw. C’est tout. En die paar activiteiten die vastliggen, heb ik vanuit mijn eigen drive gepland. Daarom is ook de beleving van die handelingen billijk.

 

Tot op heden heb ik maar één manier gevonden om te laten weten wat ik met de voorgaande passage bedoel. De woorden van de voorgaande passage zijn die manier niet. De woorden van de voorgaande passage suggereren een hoop, maar gaan desastreus voorbij aan het gevoel dat eraan ten grondslag ligt. De enige manier om de ervaring van tijdloos leven te begrijpen: ervaren. Ervaren dat er geen wekker hoeft te zijn. Ervaren dat er geen verschil is tussen zondag en maandag. Ervaren dat er niet op vaste tijden gegeten hoeft te worden. Ervaren dat ‘NU’ op de linkerpols voldoende is. Ervaren waar een mens toe in staat is als hij de wijzers zelf in handen neemt. Ervaren hoe briljant het is om nu te voelen en op basis daarvan te doen. Gewoon, ervaren.

 

Maaike, Sandra, Niels en ik weten er inmiddels alles van. Tijdens een week ‘Ga met me mee’-busleven vliegen de dagen als uren voorbij, terwijl het er door de intensiteit op lijkt dat we na een halve week al een maand in flow tot de vierde op pad zijn. Gisteren lijkt lichtjaren geleden en vandaag is kleurrijker dan ooit. Deze in no-time opgebloeide vriendschap is mijn ultieme bewijs dat tijd niets zegt. Samen zijn is tijdloos. Leven doe ik klokslag nu.

 

 

Tijdens mijn ‘Ga met me mee’ zomer nam ik vier passagiers mee op avontuur. Eén van de vier had ik een keer eerder gezien voordat ik haar met open armen ontving op een vliegveld tussen de bergen. De anderen waren mij totaal onbekend. Ik ben er immens dankbaar voor dat ik dit viertal mee mocht nemen in m’n woonwagen. Het real-life delen van mijn leven was by far het mooiste wat ik ooit heb gedaan. Mijn ogen worden nat bij het schrijven van de vorige zin. Wow, ik vond het echt briljant.

 

REACTIES VAN DE PASSAGIERS

Tim: “Wie denkt dat het om een vakantie gaat, heeft het mis. Wie denkt dat Eric de hele dag met je aan de slag gaat heeft het ook mis. Wie denkt dat je aan jezelf gaat werken trekt eveneens niet aan het rechte eind. Je wordt geconfronteerd met een hele andere manier van leven. 100% de omgedraaide wereld van wat jij gewend bent. Dat wil niet zeggen dat jouw huidige manier van leven fout is. Helemaal niet. Maar door deze ervaring wordt je als mens een stuk rijker. Het is geen praatsessie van een uur, maar een ervaring waar je de rest van je leven heel veel aan gaat hebben. Het maakt niet uit of je jong of oud, arm of rijk, mannelijk of vrouwelijk, dik of dun bent. Welke taal je spreekt is eveneens onbelangrijk. Deze ervaring is daar ondergeschikt aan. Ik kan niet vertellen hoe die omgedraaide wereld eruit ziet, dat is alleen te ervaren. Eric is een ontzettend energieke jongen met veel levenswijsheid en gevoel. Hij is in staat mensen met oprechte intenties hele mooie inzichten te brengen. Ik durf te stellen dat hij daar vrij uniek in is. Tot slot, zijn manier van leven is niet jouw manier van leven. Hij heeft zijn weg, jij hebt jouw weg. Na deze week beschik je over een gespleten stuk asfalt die je de rest van je leven op jouw weg in je binnenzak bij je draagt.”

 

Robbert: “Een trip die ik nooit meer ga vergeten. Een trip vol avontuur, rust en inspanningen. Een trip waarbij iedere dag er anders uitzag, omdat we per dag deden waar we op dat moment zin in hadden. Niets hoefde en alles mocht. Ik werd volledig weggerukt uit de alledaagse drukte in Nederland en dat zorgde ervoor dat ik tot mezelf kwam. Hierdoor kon ik optimaal genieten van al het moois dat we onderweg tegenkwamen. Genieten van schitterende landschappen, mooie beklimmingen en bijzondere slaapplaatsen. Maar ook genieten van de gesprekken met Eric: soms heel persoonlijk, soms over helemaal niets. Het leven in het moment, waarbij niets of niemand verwachtingen had van mij, deed me als herboren terugkeren naar Nederland. Vol nieuwe energie en vol nieuwe ideeën. Ik gun iedereen zo’n trip!”

 

Mylène: “Halverwege de week rijden we naar de bergen. Eric weet een mooi plekje en hij heeft gelijk. Op de Col de la Corix-de-Fer liggen we precies tussen de bergen. Alles is groen, het is afgelegen op een paar wandelaars en fietsers na. Het is een klein plateau met een watertje. Heuvels naar boven en koeien die rustig grazen. Het is er zo stil dat het me aangrijpt. Ik huil, heel zachtjes terwijl Eric verderop foto’s maakt voor zijn blog. Ik weet niet waarom ik huil maar het is er zo stil, de stilte valt als een lichte deken over me heen. Mijn gedachten komen tot rust, automatisch, vanzelf. Zonder moeite. Deze rust vind ik thuis als de nacht valt, als de wereld gaat slapen en ik wakker word. Soms zit ik tot 3 uur ’s nachts mijn dingen te doen, energiek, creatief, in mijn flow. Deze flow bedoelt Eric. Deze flow heeft hij. Elke dag.”

 

Sandra: “In de hele week heb ik oneindig veel gelachen, heel fijn gepraat, intens genoten en soms zelfs een beetje gehuild. Er gebeurde ontzettend veel, en toch schreef ik maar één woord in de notities op mijn telefoon: overgave. Dat is het. Daar gaat het om. Want wat heb ik veel overgave gevoeld. Overgave aan het moment, aan de tijd, aan de stilte, aan het niet weten, aan de warmte, aan de regen, aan de ander… Alles was goed. En wat voelde dat heerlijk. Volgens mij is dát flow! Mijn eerste dag na een week busleven heb ik het moeilijk. Ik besef hoe moeilijk ik het soms vind om vol overgave te leven, dat ik in mijn dagelijkse leven veel meer overgave wil. Ik besef de momenten waarop ik me geremd voel en niet naar buiten durf te brengen wat er in me zit. Maar ik wil me niet door angst laten tegenhouden, ook al is het maar een heel klein beetje. Ik wil in het moment leven en simpelweg zijn. Zijn en laten zijn. Volledige overgave. Een dikke week later, nu alles een beetje geland is, besef ik ineens: ik voel het nog steeds! Ik hoef niet meer te verlangen naar dat gevoel van overgave, want het is er al! Heb ik toch zomaar stiekem iets van mijn week met Eric mee naar huis genomen. Iets ontastbaars; het allergrootste cadeau!”

 

 

MONT VENTOUX

Voordat ik rechtsomkeert maakte om me in Nederland voor te bereiden op de boekpresentatie van Flirten met het mens zijn (wat een beetje uit de hand liep en de theatervoorstelling Zaziezoe is geworden), gaf ik mezelf een zomers toetje cadeau. Afdalen op twee bandjes van tweeënhalve centimeter dik is he-le-maal mijn ding. Weinig activiteiten maken me zo blij als downhillen over asfalt. Vol gas, klein beetje remmen, plat door de bocht, op de pedalen en weer vol gas. Dit is mijn afdaling van de Mont Ventoux.