Eric Mijnster

"Als er zo’n waaghals zoiets absurds gaat doen, dan ben ik erbij. Wanneer gaan we?" Koen

Hij fietst nog!

Robbert ontwaakt, kijkt verward om zich heen, naar de tijd op het dashboard en sukkelt weer in slaap. Door zijn hoekige houding op de achterbank van de vierwieler is de getalenteerde duatleet zo stijf dat hij na vandaag plankend door het leven gaat. De wervels in zijn onderrug voelen alsof all-time homerun recordhouder Barry Bonds er met een knuppel tegenaan heeft geslagen. Toch dommelt hij weg. Na ruim twintig uur zonder dutje is elke minuut buiten westen van harte welkom. Bovendien kan Robbert zich achterin semi-languit nestelen. Dat is een linie voor hem wel anders. Op de bijrijdersstoel ronkt Wouter. Hij doet er in ieder geval verwoede pogingen toe. Met zijn gezicht tegen de vochtige ruit gefrommeld, lijkt de wielerfotograaf z’n hoofd door het glas heen te willen duwen. Wouter mag blij zijn dat hij Uri Geller niet is. Dan was het ‘m gelukt. Desalniettemin hoeft Koen maar op één knop te drukken om hem er een handje mee te helpen.

Koen zit achter het stuur. De bloggende freeskiër sjokte over een besneeuwde Alpentop toen ik hem belde en vroeg om mee te gaan op dit avontuur. Zijn antwoord was zo resoluut dat het leek alsof hij het idee zelf had geopperd: “Als er zo’n waaghals zoiets absurds gaat doen, dan ben ik erbij. Wanneer gaan we?” Koen heeft de late shift. Of de vroege, want het schemert inmiddels weer een poos. Gelaten duwt hij de wagen met zijn linkervoet omhoog. Veel harder dan 10 km/h rijdt hij niet. Koen geniet. Het gebergte is net zo wit als in zijn favoriete seizoen, maar in deze tijd van het jaar is het de nevel die het aardoppervlak zo nu en dan verstopt. Dan heet de zon het drietal goedemorgen. De stralen scheren over het gesteente en weerkaatsen in de laaghangende mist. De flank kleurt goud. Dit moment is goud. Een impuls vertelt Koen dat deze seconde op beeld vastgelegd moet worden. Hij laat de ruit in de deur rechtsvoor linea recta zakken.

Wouter schrikt zich wezenloos. Eigenlijk niet eens omdat hij al dromend denkt dat zijn kale knikker in z’n hals verdwijnt. De omgeving is zo glorieus dat een plaat van dit ogenblik elk woord over de monstertocht overbodig zal maken. Al worden er een miljoen over opgeschreven. Slaapdronken rukt Wouter het dashboardkastje open. Hij grijpt naar zijn accu’s en sluit de berging met een knal die Koen doet denken aan een lawinepijl. Robbert schrikt overeind. Het goud verblindt, maar verzacht de stekende pijn vlak boven z’n achterwerk. Hij tuurt tegen de lichtbundel in over het glimmende asfalt. Honderd meter verderop zwoeg ik naar boven. Robbert is door het dolle heen: “hij fietst nog!”

Ik hoor het tumult in de auto, onbewust. Het is half 6 in de ochtend en ik beklim de Col de Vars. Het is de tiende bergpas na 23,5 aaneengesloten uren trappen. In totaal bestaat la Route des Grandes Alpes uit veertien toppen en leidt het asfalt me van het Meer van Genève naar de Middellandse Zee. Ooit bedacht ik om deze monstertocht in één ruk te fietsen. Ten eerste omdat ik ontzettend houd van immense uitdagingen. Ten tweede omdat ik wil laten zien dat alles kan zolang passie de drijfveer is. Zelfs zoiets schier onmogelijks als la Route des Grandes Alpes in één ruk fietsen. Ik wil laten zien hoe mooi het leven kan zijn. Wat de kracht is van hartstocht. In juni 2015 stap ik op m’n zadel om mijn droom te realiseren. Deze tekst over m’n vrienden in de volgwagen zal ongetwijfeld slechts een slap aftreksel van de werkelijkheid blijken. Stay tuned.