Mijn hoofd is een kooi vol zaagsel. Er woont een cavia in. Of een hamster. Door een eindeloze sprint in het looprad draaien mijn gedachten van oor tot oor. Het ene moment vermaak ik me kosteloos in mijn kleurrijke tunnelstelsel. Een seconde later wordt mijn traanbuis gebruikt als waterreservoir en sijpelt er een druppel aan de voorkant naar beneden. Het slokje water wordt gevolgd door een luidruchtige piep. Het beestje wil eten. Ik moet dan op zoek naar voer, anders stopt het piepen niet. Ik zoek een zak voer die zo groot is dat het levenslang meegaat. Ik weet niet waar ik zo’n zak voer vandaan haal. Ik weet alleen dat ik ‘m nu niet heb. Daarom zoek ik verder. Ik stap in mijn bus en rij door naar de volgende dierenwinkel. Er woont een cavia in mijn hoofd. Of een hamster. Of een konijn. Iets knaagt er.
31 oktober 2015
Reacties door ericmijnster