Eric Mijnster

Het kwartje

Toen ik twee weken geleden in mijn bus de straat uitreed, wist ik niet waarheen. Ik wilde mijn intuïtie volgen. Dat wist ik wel. Zon en bergen, schatte ik in. Niet dus. Momenteel verblijf ik in Oxford en geniet ik van de delicate trekjes die alle Engelsen lijken te bezitten. Etalages, kleding, gebouwen, alles. Ik ben omgeven door een onmiskenbare fijngevoeligheid voor details. Het zijn de kleine dingen die mijn verblijf groots maken. Niet in de laatste plaats vanwege Alison (midden), die mij via een connectie in Plum Village met open armen ontving. Mijn eerste dagen op het eiland breng ik door met haar en haar dochter Nadia (rechts). M’n intuïtie heeft me naar een fijne plek geleid.

Bovendien is het kwartje gevallen. Ik was op zoek naar levenslange flow. Ik was op zoek naar een permanent leven in het moment. Ik was op zoek naar een staat waarin ik me niet bekommerde om daden van gisteren, om geld voor morgen, om verwachtingen van anderen, om oordelen van anderen, om eenzaamheid en om angst voor het onbekende. Ik was op zoek naar een eindeloze strook asfalt om die gedachten voor eeuwig aan gort te trappen. Tot voor kort probeerde ik dat te bereiken door zo intens op te gaan in een activiteit dat mijn verstand geen tijd had voor gemaar. Dat was mijn weg naar flow. Maar die weg kostte me zoveel energie, dat oneindigheid in die vorm een utopie is gebleken.

En al was het mogelijk, dan zou ik mijn grens immer moeten verleggen om het gemaar te verdringen. Mijn verstand is er nou eenmaal. Argumenten zijn er nou eenmaal. Mijn intuïtie maakt me gelukkig, daarom volg ik het blind, maar redenen om iets al dan niet te doen zijn er altijd.

*gerinkel van een kwartje dat op de grond valt*

Ik ben tot het besef gekomen dat ik mijn hersenen niet uit kan schakelen. Zelfs als ik iets doe waar ik mijn ziel en zaligheid in kwijt kan, zullen er (spaarzame) momenten van twijfel zijn. Dat is voortaan oké. Ik heb mijn verstand nodig om te voelen. Zonder was ik slechts een niet waarneembaar gevoel. Dat mijn verstand door zijn aanwezigheid bij tijd en wijle met gedachten tegen mijn gemoedstoestand aan schuurt, en mij uit mijn flow haalt, is simpelweg de andere kant van de medaille.

Het is niet de kunst om zo hard te gaan dat ik mijn logische gedachten vernietig. Het is de kunst om ze te herkennen, hun aanwezigheid te accepteren en ze op een plek neer te zetten waar ze me niet leiden. Het is de kunst om met gespitste oren naar de kleinste prikkels in mezelf te luisteren, want zij maken mijn verblijf groots. Die kunst resulteert in rust. Alles is dan goed, ook niets. De rust in me is eindeloze flow.