Eric Mijnster

De hoofdrol

Ik vind de wereld grappig. Ik lach er dagelijks om. Als ik naar buiten kijk zie ik zo veel mensen, met zo veel verschillende overtuigingen, verwachtingen en perspectieven. Eenieder met een eigen prioriteit. Eenieder met een eigen ideaal. Eenieder met iets unieks. Ogenschijnlijk is er niets dan onderscheid. Alles schijnt zo anders te zijn dat ik me op ‘het andere’ blind kan staren. Ik krul mijn mondhoeken. De schijn is een beroepscrimineel. De schijn bedriegt. Want als ik stop te denken over wat ik buiten zie, en start binnen te voelen, is alles één onbevattelijke overeenkomst. Binnen zijn er geen eigen hachjes, hebben de buren geen groener gras en bestaat er geen haantjesgedrag. Binnen ben ik jij, jij mij, en zijn wij elkaar. Ergens weten we dat allemaal.

Toch heb ik, net als iedereen, een eigen kostuum. Ik heb een eigen stel benen, een eigen buik en een eigen gezicht. Ik heb een eigen optiek. Ik neem de wereld door mijn eigen ogen waar. Door het schijnbare onderscheid ben ik de hoofdrolspeler in mijn eigen belevingswereld. Ironisch genoeg zonder rol voor m’n hoofd. De mensen in m’n nabije omgeving spelen wel mee in mijn film. Het is een sterrencast. Daarnaast is het aantal figuranten ontelbaar. Jan en alleman lopen op de achtergrond door m’n beeldscherm heen. Ze zijn vrij om te doen wat ze willen. Alles wat ze doen is goed. Ik ben dankbaar voor mijn rol. De grap is dat ik niet eens auditie hoefde te doen om me in dit pak te mogen hijsen. Leven is namelijk het tegenovergestelde van acteren. Ik hoefde er alleen maar voor te kiezen om op de set te verschijnen en als vanzelfsprekend van de ene scène in de andere te flowen. Na het licht volgde de camera met actie. Het script is reeds geschreven. Al kan ik me mijn tekst nauwelijks herinneren.

De regisseur heeft het er maar druk mee. Een levenslange film. Een levenslange film voor ieder mens. Ieder een eigen hoofdrol, al dan niet als blindgestaarde beroepscrimineel, en ieder elkaars figurant. Miljarden verschillende overtuigingen, verwachtingen en perspectieven worstelen continu met elkaar als de golven van de zee. En tegelijkertijd is onderhuids alles verbonden met elkaar, ook zoals de golven van de zee. De natuurlijke overlap van verhaallijnen is om van te watertanden. Ziel en zaligheid is in dit meesterwerk gestopt. Daarom neem ik tussen de takes plaats op een pluche zetel in een random bioscoopzaal en aanschouw ik de kaskraker die op dat moment in de schijnwerpers staat. Ik kijk dwars door het contrast heen. Ik observeer buiten en geniet van binnen. De wereld is een komedie. Tijd voor popcorn.