Eric Mijnster

Jaloers

Afgelopen weekend hebben Maaike en Sandra kamp Gespleten asfalt verlaten. Zodra hun periode als busbewoner is bezonken, deel ik hun ervaringen met jullie. Vlak na het vertrek van het goedlachse tweetal ontving ik de voor mij totaal onbekende Mylène met open armen op Marseille airport. Ze is inmiddels al vijf dagen thuis op vier wielen. Na overnachtingen voor een chateau nabij Orange en aan de voet van Alpe d’Huez, staat de vierwieler momenteel in skistation la Plagne. Dit is de plek waar ik m’n blog ooit begon, geïnspireerd door freeskiër Koen (bekend van de documentaire ‘Omdat ik het wil’). Ik ben blij hier te zijn. Terwijl we andermaal een sterrenmaaltijd in elkaar draaien, vertel ik m’n passagier over één van de meest gegeven reacties op mijn doen en laten: “Ik ben jaloers.”

Ik ben ook wel eens jaloers geweest. De meest recente keer had dat te maken met mijn maat ‘de gekrulde klimgeit’ Robbert. Op de een of andere manier zit mijn lijf wat robuust in elkaar. Dikke lappen spieren drukken door mijn huid naar buiten, een groot borstkas kenmerkt mijn brede bouw en ik blijf ondanks enorm veel zadeluren vrij gevoelig voor een speklaag. Als ik naar mijn pa kijk, weet ik dat ik niet van de melkboer ben. Zijn lichaam straalt kracht uit. Mijne ook. Maar ik wilde een klimgeit zijn. Ik wilde zo plat als een dubbeltje zijn. Ik wilde hellingen opvliegen als Contador. Met armen met de omvang van luciferstokjes. Met benen vol aders. Met zoveel zichtbare ribben dat Wibi Soerjadi er piano op kon spelen. Een sprietje als Robbert was mijn ideaal. Het gras was dunner bij de buren.

Er zijn dingen die ik eenmaal niet kan veranderen. Mijn lichaamsbouw hoort daarbij. Mijn lijf is mijn lijf. Dat kan ik uitzonderlijk onderhouden, en that’s it. Accepteren. Ik ben dolgelukkig met mezelf. Punt.

Er zijn ook dingen die ik wel kan veranderen. Als mensen me zeggen dat ze jaloers zijn op mijn doen en laten, is een stilte en een blik recht in de ogen mijn eerste reactie. Vervolgens zeg ik: “Koning, ik ben geen tovenaar. Ik wilde dit en ik ben dit gaan doen. Ik ben niet in een bus geboren. Ik ben niet op een fiets geboren. Ik ben niet met een pen in mijn hand geboren. Ik ben niet met lezers geboren. Alles wat ik doe, heb ik gaandeweg mijn leven zelf gekozen. Hoezo ben je jaloers op iets wat je zelf in de hand hebt?”

Om een antwoord dat begint met “Ja, maar…” en een peloton angstaanjagende beren voor te zijn, benadruk ik dat er achter het benauwende gevoel van jaloezie een drive van jewelste verborgen ligt: een wil. Een WIL. Een wil is een weg: “Stop met zien wat ik wel doe en jij niet, met dromen, en focus volledig op doen wat JIJ wilt. Want jij wilt! Dat is de oorsprong van jaloezie! Met jouw wil is alles mogelijk! Leef je droom! Ga!” Jaloers zijn op een ander zou wel eens de kortste weg naar liefde voor jezelf kunnen zijn.