Mijn Tour de France

3 maart 2012 / Reportages

Juni – Juli 2011. Een droom ging in vervulling toen ik op 15 juni in Marseille uit het vliegtuig stapte. Zij aan zij met mijn fiets was het tijd voor een avontuur waar ik al tijden naar verlangde. Aan het begin van mijn reis zag ik de Alpen aan de horizon op me neer kijken, aan het einde van de reis ook. De 12 overwonnen bergtoppen resulteerde in een gouden plak tijdens la Marmotte op 3 juli en het begin van Gespleten asfalt.

 

Ik wilde meer dan simpelweg backpacken. Ik wilde de meest gevreesde Franse Alpencols bedwingen op mijn racefiets, met backpack. Ik begon de reis met mijn tweewieler, backpack, reparatiesetje, toilettas, wat kookgerij, kledij voor alle weerstandigheden, routeboek en een boekje met de 30 bekendste Alpencols uit de Tour de France. Mijn route was niet duidelijk, mijn doel wel: zoveel mogelijk cols bedwingen. Het plan was uiteindelijk aan te komen bij opa en oma in Le Donjon, 100 km ten westen van Macon. Met oog op de tourtocht La Marmotte wilde ik maximaal 12 dagen onderweg zijn. La Marmotte is een tourtocht rondom Bourg d’Oisans, waarin de Col du Glandon, Col du Télégraphe, Col du Galibier en Alpe d’Huez bedwongen worden. Met deze tocht in het achterhoofd zou een aantal rustdagen in Le Donjon geen onaangename bijkomstigheid zijn. Ik had niet alleen ongelofelijk veel zin in het avontuur, ik was er ook ontzettend aan toe. Let’s go!

 

Mijn Tour de France

 

Mont Ventoux

Na 10 kilometer op mijn scheurijzer vroeg ik me al af waar ik aan begonnen was: mijn backpack woog een ton, de auto’s raasden langs en er was geen enkele kilometer vlak. Vlak voor Bedoin nekte de hitte me bijna. Een tuinman kreeg de titel ‘reddende engel’ door zijn tuinslang op mijn gezicht te richten. Zonder hem at ik geen pizza met uitzicht op mijn eerste doelwit: de Mont Ventoux.

 

Daags erna vertrok ik naar boven. Ik besloot eerst mijn loeizware backpack op te sturen naar opa en oma. Ik zou het fysiek al zwaar genoeg krijgen en een hernia kon ik er niet bij gebruiken. Enkel het hoogst nodige stopte ik in een kleine rugzak en nam ik met me mee naar de volgende bestemming: ergens ten zuiden van de Alpen. Daar zou ik die dag echter nooit komen. Waar de helling voor weinig problemen zorgde, deed mijn fiets dat wel.

 

Mijn spaak brak. Merkwaardig genoeg was er geen fietsenmaker te vinden in het spookgehucht Revest-du-Bion. Ik heb de man van het Infopoint net zo lang verontwaardigd aangekeken, totdat hij me in zijn auto meenam op en neer naar Sault om mijn wiel te repareren. Fransen zijn net mensen. Merci beaucoup et au revoir!

 

Col d’Allos

“Wow, you made it look so easy. Are you a professional?” zei een Zuid-Afrikaan voor de open haard in het chalet op de top van de Col d’Allos. Ik keek hem verbaasd aan. Ik was zeiknat, uitgeput en had de weergoden reeds meerdere malen verdoemd. Ik voelde me als een spons die te vaak is gebruikt, maar toch zei ik “No, I am doing this for fun!”. Fietsen is afzien, heerlijk. Vandaag was afzien pur sang, geniaal! Eenmaal opgedroogd voor de open haard ben ik linea directa het centrum van Barcelonnette binnen gereden, alwaar ik in een hotel mijn vierde bed vond.

 

Mijn Tour de France

 

Col de la Bonette

Toen ik om kwart voor 7 uit mijn raam keek, bleek de zon de regen overwonnen te hebben… Magnifique! Om 8:00u kroop ik op mijn fiets voor een heerlijke Alpendag. Wegens een kapotte kilometerteller verliet ik Barcelonnette echter pas toen de tabaczaak geopend was, om 9:00u. Het probleem was niet verholpen. Op de Col de la Cayolle, een schitterende klim, heb ik een man drie keer ingehaald omdat ik telkens langs de kant stilstond om mijn teller aan de praat te krijgen. Later die dag fietste ik zonder snelheid door het mooiste plekje op aarde: Valberg. Het was zo prachtig dat ik vergat foto’s te maken.

 

Onderweg herkenden twee landgenoten mijn rood-wit-blauwe tricôt. Zij fietsten met een groot gezelschap vanaf de Middellandse Zee naar het Meer van Genève en zouden overnachten in Isola. Na een korte stop kwam ik een half uur na Antoine en Harmen aan in hetzelfde dorp. Het was zondag: geen Office du Tourisme en geen slaapplaats. Des te mooier was het dat er nog een bed over was op de kamer van de Dutchies!

 

Met Antoine en Harmen had ik twee knechten die me naar de hoogst geasfalteerde col van Europa zouden fietsen: de Col de la Bonette. Ik zag er tegenop. Al snel bleken mijn knechten de kopmannen te zijn en lag mijn tong op mijn frame toen ik de laatste kilometer van 15% omhoog strompelde. De afdaling maakte gelukkig alles goed. Ik ging als een zonnetje, totdat ik een paar kiezelstenen tegenkwam in de laatste binnenbocht. Ik voelde mijn fiets onder me vandaan glijden, er was geen houden aan. Voor ik het wist lag ik in de buitenbocht met een opengeschaafde elleboog, dij en scheen.

 

Antoine en Harmen ondersteunden me bij de pharmacie en de steak haché, maar nog een overnachting bij de groep was uitgesloten voor de Franse organisatie. In het dorp was verder geen hotel en ik kon geen fietsenmaker vinden om mijn achterwiel recht te zetten. Ik had nog enkele uren voor het sluiten van de Office du Tourisme. Ik heb ‘m vervloekt, maar er was geen andere weg naar het volgende dorp Guillestre. Ik moest Col de Vars over.

 

Mijn Tour de France

 

Col d’Izoard

Vol goede moed had ik mijn vizier gericht op de Col d’Izoard. Mijn doel was om rond de 200 km te knallen richting Bourg d’Oissains. Ik strandde al na 40 km. Alsof de dag van de val nog niet tekenend genoeg was, brak de hel los toen ik aan de voet van de Col d’Ieszwoar stond. Ik schuilde in een bushokje. Er kwam een Fransman naast me zitten. Hij wilde zowel de Izoard als Risoul doen vandaag. Met dit weer? Mafkees. Na mijn ervaringen met regen op de Allos had ik totaal geen zin om me omhoog te peddelen.

 

Toen de Fransman na vijf minuten de pas besteeg, ben ik in zijn wiel gekropen. Na twee bochten was ik hem kwijt. Fijn. Ik heb het nog nooit zo hard zien regenen. Met de kracht van een hoge drukspuit kletterde het water met ongekende hoeveelheid op mijn helm. Vlak voor de top kwam de Fransman me tegemoet. Ik was boven. Tijd voor plan B: overnachten in Briancon onderaan de Col d’Ieszwoar. In de afdaling ging ik echt kopje onder. Mijn windjack was niet waterdicht en mijn banden waren niet opgewassen tegen de rivier waar ik doorheen moest fietsen. Ik ging kapot van de kou. Mijn handen begonnen te trillen. Ik kon haast niet meer in mijn remmen knijpen. Bij het eerstvolgende café ben ik afgestapt en vroeg: “Vous avez un douche?”.

 

De dag erna bleek niet alle regen te zijn gevallen op de Izoard. What the …?! Kotsbeu van de druppels regelde ik een herberg op de weg naar de Col du Lautaret. Ik kreeg het adres en de code, maar ze hebben mij daar nooit gezien. Pa liet per sms weten dat het nog een behoorlijk eind was naar opa en oma. Afstappen voor Bourgd d’Oisans was plots geen optie meer. Op de top van de Col du Lautaret stond er een steak haché voor me klaar… een prima bodem voor een razendsnelle afdaling.

 

Toen ik bij het stuwmeer aankwam, kon ik (uiteraard) de verleiding niet weer staan om linksaf te slaan. Ik moest even kijken hoe Les Deux Alpes er in de zomer uitzag. Eenmaal in Bourg d’Oisans aangekomen, zat elk hotel stampvol. De enige optie was een overnachting van €76,-. Daar ging mijn zak met geld. Gelukkig kon ik mijn fiets voor niets poetsen in de achtertuin. Als het aan de Duitsers daar lag, had ik nog 10 fietsen gepoetst. Ik was in ieder geval klaar voor Alpe d’Huez!

 

Mijn Tour de France

 

Col du Glandon

De bekendste Alp stond op het programma. Wat een wielrenners hier! Na 10 dagen fietsen met rugzak moest ik genoegen nemen met een tijd van 1 uur en 8 minuten tot het tunneltje. Ik kom terug om onder het uur te duiken… Aan de tweede reus van de dag had ik slechtere herinneringen. De onwaarschijnlijke put halverwege de klim van de Col du Glandon verstoorde mijn ritme tijdens La Marmotte 2010 volledig. Die put, ik kan er nog steeds kwaad op worden. Ditmaal naderde een groep Belgen me in de afdaling van de put. Een bocht links, rechts en direct weer op de pedalen. De Belgen zag ik op de top aankomen toen ik al lang en breed aan mijn wafel met blauwe bessen bezig was.

 

Ondanks mijn kracht, begon mijn tank leeg te raken. Ik verlangde naar een aantal dagen rust aan het zwembad bij opa en oma. Volgens mijn berekeningen zou ik na 200 km een duik kunnen nemen, maar neen. Ook dacht ik voornamelijk naar beneden te fietsen over de uitlopers van de Alpen. Nogmaals neen. Ik vertrok in alle vroegte om de drukte op de route national voor te zijn. Door mijn lage energiepijl dronk ik ongelofelijk veel water. De 40+ graden op mijn bol waren zodoende een aangename bijkomstigheid. Helemaal prettig was het totaal niet ingecalculeerde centraal massief van Frankrijk. Ik mocht wéér klimmen. En liet net nu mijn bidon leeg zijn. Ik zat er helemaal doorheen in de brandende zon. In de namiddag was er geen hond op straat te vinden, slechts één mafkees die te fiets 255 kilometer moest overbruggen om bijgevoederd te worden. Ik ben de laatste 100 kilometer drie keer gestopt. Telkens om bij te komen en mijn watervoorraad op pijl te houden. Per 25 km gingen er 2 bidons en een flesje water doorheen. Bizar. Zó blij dat ik was toen ik de tuin van opa en oma binnen fietste!

 

Mijn Tour de France

 

La Marmotte

De dagen van de eenzame fietser zaten erop. Het was een geweldige ervaring, maar er wachtte een nieuwe uitdaging. Op 2 juli 2011 stond ik aan de start van La Marmotte. Het verlangen naar een gouden rit was toegenomen door de trainingsweken in de Alpen. Ik moest de Col du Glandon, Col du Télégraphe, Col du Galibier en Alpe d’Huez binnen 8:30u fietsen voor een gouden plak. Na de Galibier wist ik dat die tijd mogelijk was. Vanaf de top van de Lautaret kroop er een internationaal gezelschap van 30 man in mijn wiel richting Bourg d’Oisans. Ik ging 300%. Tunnels, haarspeldbochten en een korte klim tussendoor. Ik moest en zou zo snel mogelijk aan de voet van de Alpe d’Huez zijn. Een Duitser gaf me een schouderklop en de Italianen lieten hun dankbaarheid blijken door direct aan de voet bij me weg te springen. Ik ben gestorven, bij elke bocht. Ik reed te langzaam, maar kon niet harder. Ik was op. Toen ik in het dorp aankwam bleek dat te langzaam wel mee te vallen. Na 8:27u finishte ik op de top van de Alpe d’Huez. Ik ben nog nooit zo diep gegaan, maar ik heb ook nog nooit zo’n gevoel van voldoening meegemaakt. Het was slechts een bijkomstigheid, maar deze medaille maakte mijn avontuur wel compleet. Mijn Tour de France 2011… wat ben ik trots.