Eric Mijnster

Tijd

Tijd bepaalde mijn leven. Vanaf het moment dat ik als kleine Eric dagelijks naar school werd gestuurd, wist ik niet beter dan dat een week was opgebouwd uit doordeweekse dagen en weekenddagen. Hoewel de zon elke morgen ogenschijnlijk hetzelfde begon met schijnen, bleek het daglicht de ene keer iets anders te betekenen dan de andere. Ik wist exact wat een etmaal me zou brengen voordat ik uit bed stapte. Ik had een vaste tijd voor mijn ontbijt, een vaste tijd voor mijn reis naar school, een vaste tijd voor mijn lessen, een vaste tijd voor mijn fruitpauze, een vaste tijd voor mijn lunchpauze, een vaste tijd voor mijn diner, een vaste tijd voor het journaal en een door alle vaste tijden vaste bedtijd. Ik stond daar destijds nooit bij stil. Ik deed het gewoon. Ik keek telkens naar de klok, omdat het ‘gewoon’ was. Maar niets van die gewoonte was natuurlijk. Niets van dat schematische leven kwam voort uit mijn eigen drive.

Ik sta perplex van mijn woordenschat. Regelmatig typ ik lettercombinaties waarvan ik niet weet dat ik ze wist. Soms verschijnt er zelfs een term op m’n scherm waarvan ik niet weet dat hij bestaat. Ik moet dan op onderzoek om te achterhalen of de betekenis van het woord wel overeenkomt met mijn intuïtieve ingeving. In de regel bevestigt het woordenboek m’n onverklaarbare vermoeden. Ik lach dan, want het geeft me de dankbare mogelijkheid situaties en gevoelens buitengewoon nauwkeurig zwart op wit te krijgen. Toch kan ik de beleving van leven zonder tijd onmogelijk met verhalen overbrengen.

Elke minuut van elke dag vertelt het moment me hoe ik die minuut op die dag invul. Er zijn geen afspraken, er bestaat geen ‘op tijd zijn’ en ‘te laat komen’, namen van dagen doen er niet toe en een horloge dragen is volstrekt zinloos. Het wordt licht als het licht wordt en het wordt donker als het donker wordt. Elke dag opnieuw. C’est tout. En die paar activiteiten die vastliggen, heb ik vanuit mijn eigen drive gepland. Daarom is ook de beleving van die handelingen billijk.

Tot op heden heb ik maar één manier gevonden om te laten weten wat ik met de voorgaande passage bedoel. De woorden van de voorgaande passage zijn die manier niet. De woorden van de voorgaande passage suggereren een hoop, maar gaan desastreus voorbij aan het gevoel dat eraan ten grondslag ligt. De enige manier om de ervaring van tijdloos leven te begrijpen: ervaren. Ervaren dat er geen wekker hoeft te zijn. Ervaren dat er geen verschil is tussen zondag en maandag. Ervaren dat er niet op vaste tijden gegeten hoeft te worden. Ervaren dat ‘NU’ op de linkerpols voldoende is. Ervaren waar een mens toe in staat is als hij de wijzers zelf in handen neemt. Ervaren hoe briljant het is om nu te voelen en op basis daarvan te doen. Gewoon, ervaren.

Maaike, Sandra, Niels en ik weten er inmiddels alles van. Tijdens een week ‘Ga met me mee’-busleven vliegen de dagen als uren voorbij, terwijl het er door de intensiteit op lijkt dat we na een halve week al een maand in flow tot de vierde op pad zijn. Gisteren lijkt lichtjaren geleden en vandaag is kleurrijker dan ooit. Deze in no-time opgebloeide vriendschap is mijn ultieme bewijs dat tijd niets zegt. Samen zijn is tijdloos. Leven doe ik klokslag nu.